|
Info: Erik De
Keersmaecker, regionaal coördinator
Nieuwbrief
2006
(pdf-445 kb)
Kerkuilwerkgroep
Vlaanderen
Affiche
Aartselaar
|
Meer
kansen voor de kerkuil in Aartselaar
De kerkuil (Tyto alba)
is een prachtige vogel. Het
opvallendst is zijn plat, hartvormig gezicht. De bovendelen van het
verenpak van de kerkuil zijn gelig bruin, bezaaid met zwarte en witte
vlekken. Over zijn borst ligt een bruingele gloed. Zijn lange poten zijn
wit, met wijd uitstaande tenen en imponerende klauwen
Een
echte nachtvogel
Om zijn weg in de duisternis te vinden, bezit de
kerkuil een aantal goed ontwikkelde zintuigen. Door zijn uitstekende ogen
is hij in staat om ‘s nachts zowat honderd maal beter te zien dan de
mens. Met zijn gehoor kan de kerkuil zelfs in het pikdonker zijn prooien
perfect lokaliseren. Bovendien zorgen zijn zachte en grote vleugels ervoor
dat hij de prooi geruisloos kan benaderen.
Muizen
als lekkernij
Kerkuilen zijn jagers van open terreinen, afgezoomd
met bermen, hagen, bosjes en knotbomen, … Verstandige landeigenaren of
beheerders beschouwen de kerkuil als een vriend; het voedsel van de kerkuil bestaat immers vooral uit muizen…
spitsmuizen of echte muizen, voor de kerkuil maakt het niet uit, in
tegenstelling tot andere uilensoorten is de kerkuil immers helemaal niet
kieskeurig bij zijn voedselkeuze. Een volwassen kerkuil eet drie tot
vijf muizen per nacht, wat betekent dat in het broedseizoen een familie
kerkuilen 200 muizen per week verorbert! De prooien worden met haar en huid opgegeten. De beenderen en het
haar verteren echter niet en worden als een zwarte, langwerpige bal
uitgebraakt; een braakbal. Door
het uitpluizen van de kerkuilbraakballen kan men dan ook een goed beeld
krijgen van de kleine zoogdiertjes die in de omgeving van een
kerkuilbroedplaats leven.
Van ei tot uil
De nestplaats van de kerkuil bevindt
zich meestal op een donkere, rustige plaats op een kerkzolder of in een
boerenschuur. Daar legt het vrouwtje in april/mei vier tot zeven witte
eieren die na een maand broeden uitkomen. Na twee maanden heeft het
donswitte uilskuiken zich ontwikkeld tot een vliegvlugge kerkuil. Na
veertien weken zoeken de ondertussen volgroeide kerkuilen een eigen
leefgebied dat meestal niet doorgans niet verder dan een vijftigtal km van
de geboorteplaats gelegen is.
Uil in de buurt?
Hoe kan ik nu weten dat er een
kerkuil in mijn buurt vertoeft? Allereerst zijn er de braakballen die men
op een kerkzolder of in een boerenschuur kan vinden. Op de balken van de
schuur zijn de witte kalkstrepen van de uitwerpselen te zien. De kerkuil
is een zwijgzame kerel, maar af en toe laat het mannetje een ijselijke
kreet horen en kan men tijdens het broedseizoen het geblaas van de jongen
horen.
Bedreigd, maar toch is nog een toekomst…
Tot in de jaren zestig was de kerkuil
een algemene verschijning, op iedere kerktoren in het Vlaamse land woonde
er wel een paartje kerkuilen. Na
de bijzonder strenge winter van 1962-1963, waarbij het wekenlang vroor en
er een dik pak sneeuw lag, daalde het aantal kerkuilen in heel West-Europa
tot minder dan 10 % van de oorspronkelijke populatie. Door het
grootschaliger worden van de landbouw, minder broedgelegenheid door het
afsluiten van kerktorens en uilengaten en het toenemende verkeer kreeg de
kerkuil het steeds moeilijker.
In de bres voor de kerkuil…
In het begin van de jaren 80 vonden
enkele jonge natuurliefhebbers dat er dringend wat gedaan moest worden
voor de kerkuil. In de navolging van het Nederlandse voorbeeld werd er ook
een Vlaamse Kerkuilwerkgroep opgericht.De belangrijkste doelstelling van de
werkgroep was het behoud van de kerkuil als broedvogel in Vlaanderen.
Onder impuls van een nationale coördinator, bijgestaan door provinciale
en regionale coordinatoren, werden een provinciale en regionale werking op
poten gezet.In heel Vlaanderen werden
natuurbeschermers gemobiliseerd, gegroepeerd per provincie. Een
grootscheepse inventarisatie- en nestkastencampagne werd opgestart.
Honderden nestkasten werden geplaatst. In 1991 werd uiteindelijk een
concreet soortbeschermingsplan voor de kerkuil uitgewerkt. Sinds 1997
werkt de Kerkuilwerkgroep verder als autonome werkgroep van
Vogelbescherming Vlaanderen.In de Zuid-Antwerpse regio,
Klein-Brabant, de Rupelstreek en Willebroek werken medewerkers van
Natuurpunt in samenwerking met de Kerkuilwerkgroep aan de bescherming van
de kerkuil. Sinds 1992 werden in alle kerktorens en een aantal boerenschuren speciale nestkasten voor de kerkuil geplaatst. Momenteel strekt de actieregio van deze groep zich uit van
Aartselaar tot Sint-Amands en van Niel tot Duffel.
Actie in
Aartselaar
In Aartselaar werden reeds nestkasten
geplaatst in het schip van de Sint-Leonarduskerk en een toren van het
Cleydael. Tot hiertoe zonder broedsucces. De ervaring leerde dat ook
boerenschuren door kerkuilen geliefde plaatsen kunnen zijn. Deze liggen
immers meestal midden hun jachtgebied. Daarom werden de eigenaars van
enkele geschikt lijkende hoeven aangeschreven met de bedoeling een
kerkuilenkast te plaatsen. Enkele eigenaars reageerden reeds positief.Koken kost geld …
Een nestkast kost aan materialen snel 50 euro. De “werkuren” zijn
vrijwilligersinzet, dus gratis. Aan de gemeenten wordt een ondersteuning
gevraagd van 50 euro per geplaatste nestkast. De Aartselaarse Minaraad ondersteunt de actie en betaalt 50 € per geplaatse kast.
Intussen
werden reeds kasten geplaatst op volgende lokaties:
|
1.
Schuur Storms, Zinkvalstraat: kast is geplaatst. Er werd reeds
één kerkuil opgemerkt |
|
 |
 |
|
2.
Schuur 's Jongers, Groenenhoek: kast geplaatst na uitkappen van
invliegopening op 2 mei 2006. |
 |
 |
|
3. Schuur
Van Looveren, Pierstraat: kast geplaatst op 5 september 2006 in
houten hangar. |
|

|

|
Tot
slot: misschien kan jij ook helpen! Medewerkers van Natuurpunt zijn nog
steeds op zoek naar locaties om nestkasten voor de kerkuil te plaatsen.
Iederéén die een schuur of een ander gebouw bezit, met een mogelijke
invliegopening voor de uilen, mag dit laten weten aan Erik
De Keersmaecker 03/887.13.72..
Het gebouw moet in een landelijke
omgeving liggen of eraan grenzen. Er mag geen druk verkeer zijn. De
afstand ten opzichte van een andere nestkast moet minstens een kilometer
in vogelvlucht zijn. Indien de locatie geschikt is, wordt de nestkast in
het gebouw metéén achter de invliegopening geplaatst, zodat er binnen
in het gebouw geen hinder is door de aanwezigheid van een kerkuil. |